Algemeen

Mijn academisch onderzoek richt zich primair op de rol van het openbaar bestuur in de omgang met cultureel erfgoed. Vertrekkende vanuit bestuurskundige theorievorming probeer ik als bestuurskundige (en historicus) een bijdrage te leveren aan zowel het academische debat dat gevoerd wordt in de (kritische) Erfgoed Studies, de erfgoedpraktijk en aan het debat in de Bestuurskunde. Dat doe ik vanuit de overtuiging dat de grootste kracht van de Bestuurs- en beleidskunde ligt in het begrijpelijk maken van de rol die het openbaar bestuur speelt in alle domeinen
van onze samenleving en daarom ook een belangrijke bijdrage kan leveren aan theorieontwikkeling in de Erfgoed Studies. Immers, cultureel erfgoed is ‘publiek’ en linksom of rechtsom, het openbaar bestuur bemoeit zich ermee en publiek beleid wordt ontwikkeld om met erfgoed om te gaan.

Als we kijken naar de relatie tussen het openbaar bestuur en erfgoed kunnen er vijf analyseniveaus onderscheiden worden. Deze kunnen we voorstellen als een trechter waarvan de niveaus overigens vloeiender in elkaar overlopen dan hieronder gevisualiseerd: grofweg van het meest abstracte niveau ‘erfgoed, staat en natie’ tot het niveau van het individu, de relatie tussen de erfgoedbureaucraat en de burger. 

Bron: Rodenberg, J. en P. Wagenaar. 2023. Understanding the Governance of Heritage: A Plea for Using Public Administration Theories in Heritage Studies. In J. Rodenberg, P. Wagenaar en G.-J. Burgers (eds.), Understanding Participation in the Heritage Sector, an Interactive Governance Perspective. Londen en New York: Berghahn.

Op het meest abstracte niveau, het niveau van erfgoed, staat en natie, draait het om de rol van cultureel erfgoed in staat- en natievorming. In de kern draaien analyses op dit  niveau over de vraag hoe de staat de geschiedenis en erfgoed gebruikt om de gewenste sociale identiteit in processen van ontluikende natievorming te construeren. Het tweede analyseniveau betreft erfgoed en beleid. Op dit niveau gaat het om de vragen (i) hoe erfgoedbeleid tot stand komt, (ii) wat de effecten van erfgoedbeleidsarrangementen zijn op erfgoedselectie- en management, en (iii) wat sociale effecten zijn van erfgoedbeleid in termen van sociale in- en uitsluiting en identiteitspolitiek. Het derde analyseniveau is de relatie tussen erfgoed en de bestuurlijke praktijk. Hierbij gaat het om de vraag hoe en waarom bestuurlijke erfgoedactoren handelen zoals deze handelen. Het vierde analyseniveau betreft de relatie tussen erfgoed, gemeenschappen en het openbaar bestuur. Bij dit analyseniveau draait het om de vraag hoe erfgoedparticipatie tot stand kan worden gebracht en waarom interactieve beleidsvorming rond erfgoed al dan niet succesvol is. Het meest concrete niveau is die van de erfgoedbureaucraat en de burger. Op dit niveau staat de persoonlijke relatie tussen erfgoedambtenaren en
individuele burgers centraal.

In mijn erfgoedonderzoek richt ik mij met name op het tweede, derde en vierde analyseniveau. Verschillende thema’s staan in dat onderzoek centraal: beleid- en besluitvorming als discursieve strijd, erfgoedparticipatie en interactieve beleidsvorming, de bestuurlijke omgang met omstreden erfgoed en ‘instrumentalisering’ van erfgoed.

Naast onderzoek naar de bestuurlijke dimensie van erfgoedpraktijken  heb ik mijzelf ook beziggehouden met de
geschiedenis van het openbaar bestuur, specifiek gericht op bestuurlijke waarden in Middeleeuws Holland.

Literatuur: 
Rodenberg, J. en P. Wagenaar. 2023. Understanding the Governance of Heritage: A Plea for Using Public Administration Theories in Heritage Studies. In J. Rodenberg, P. Wagenaar en G.-J. Burgers (eds.), Understanding Participation in the Heritage Sector, an Interactive Governance Perspective. Londen en New York: Berghahn.