Erfgoedparticipatie en interactive governance
Lange tijd is de erfgoedsector gedomineerd door erfgoedexperts. Zij bepaalden op basis van academisch onderzoek wat wel en niet als erfgoed wordt aangemerkt. De dominantie van experts wordt sinds het begin van deze eeuw bekritiseert in zowel de erfgoedwetenschap (zie met name Hall 2000 en Smith 2006) en in de erfgoedpraktijk (voor Europa het Verdrag van Faro uit 2005). De roep in wetenschap en praktijk om anders met erfgoed om te gaan wordt steeds luider: in plaats van experts zouden het erfgoedgemeenschappen moeten zijn die een centrale rol spelen in het selecteren en beheren van erfgoed. Het idee dat erfgoed als sociale praktijk nauw verbonden is met de constructie van sociale identiteiten ligt ten grondslag aan deze roep, evenals het idee dat erfgoed een belangrijke rol kan spelen in het tot stand brengen van sociale cohesie. De erfgoedpraktijk moet dus een participatieve erfgoedpraktijk worden. Bovendien moet het een democratische erfgoedpraktijk worden waarin er aandacht is voor de diverse gemeenschappen waaruit moderne samenlevingen bestaan.
De erfgoedsector worstelt met de vraag hoe die participatie vorm gegeven moet worden – al wordt er natuurlijk wel mee geëxperimenteerd. Ook in de Erfgoed Studies is er steeds meer aandacht voor participatie, maar is hier de worsteling hoe het verloop en de uitkomsten van erfgoedparticipatie kan worden begrepen. De Bestuurskunde kan wel eens het antwoord herbergen omdat in deze discipline, onder de noemer ‘interactive governance’, al sinds de jaren ’60 onderzoek wordt gedaan naar participatieve beleidsvorming. Inmiddels zijn er flink wat verschillende theorieën ontwikkeld om dit fenomeen te begrijpen en praktische tools bedacht om participatie vorm te geven. Samen met een groep collegae uit binnen en buitenland wordt er op dit moment een bundel voorbereid om vanuit het perspectief van interactive governance erfgoedparticipatie te begrijpen.
